De Commissies van toezicht

Een klachtrecht voor de gedetineerden

Symbole de la justice (marteau)
Publication date: 
11/12/2018 - 10:00
De leden van de Commissies van toezicht besteden een groot deel van hun tijd aan de officieuze behandeling van de verzoeken van de gedetineerden. Het lid van de Commissie dat belast is met het bezoeken van de gedetineerden, de zogenaamde maandcommissaris, kan vrij de volledige gevangenis bezoeken en heeft toegang tot alle documenten. Hij zoekt oplossingen en brengt tijdens de maandelijkse vergadering van de Commissie van toezicht bij de andere leden van de Commissie verslag uit over zijn vaststellingen en over wat hij gedaan heeft.

De Commissies van toezicht behandelen zo een groot aantal verzoeken. Bepaalde verzoeken (een zeer kleine minderheid) kunnen echter niet officieus worden behandeld. Zij vereisen meer vormelijkheid en beslissingsmacht. Om die reden plande de wetgever in 2005 reeds de invoering van een klachtrecht voor de gedetineerden. Die wetgeving zal eindelijk in werking treden op 1 april 2020. De nieuwe Commissies van toezicht, die nog moeten worden samengesteld, zullen zich daarop moeten voorbereiden.

In de aanloop naar de samenstelling van de nieuwe Centrale Raad bij het federaal parlement en van de nieuwe Commissies van toezicht, heeft de Centrale Raad de dag van de Commissies van toezicht (22 november 2018) gewijd aan de invoering van het klachtrecht.

De Belgische wetgeving is gebaseerd op de Nederlandse wetgeving, die reeds veertig jaar van toepassing is. Voor de bespreking van het onderwerp, deed de Centrale Raad een beroep op twee Nederlandse specialisten: Anton van Kalmthout, die 25 jaar voorzitter is geweest van de Commissies van Toezicht van de gevangenissen te Breda en te Tilburg en 12 jaar lid is geweest van het CPT, en Nikita van der Hoeven, medewerkster van het Kenniscentrum Commissie van Toezicht en secretaris (jurist) bij het Bureau Commissie van Toezicht. De Centrale Raad deed ook een beroep op drie Belgische specialisten: Vincent Eechaudt, Sarah Grandfils en Bart De Temmerman, die alle drie gewerkt hebben bij een Belgische Commissie van toezicht.

Anton van Kalmthout besprak de ervaringen met het penitentiair klachtrecht in Nederland en maakte een vergelijking met het Belgische klachtrecht. In Nederland heeft het centrale orgaan, de ‘Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ)’, een actiegebied dat tegelijk ruimer en beperkter is dan in België. Het is ook bevoegd voor de gesloten jeugdbeschermingsinstellingen en de geïnterneerden, maar het heeft geen toezichtsopdracht. Op het lokale niveau heeft de Commissie van Toezicht een algemene bevoegdheid; zij stelt toezichtsverslagen op, bemiddelt en behandelt formele klachten. Zij vormt geen afzonderlijke Klachtencommissie, zoals de Belgische wetgeving daarin voorziet. In het kader van de behandeling van een klacht kan de Commissie de beslissing van de directeur van de gevangenis niet wijzigen (terwijl de Belgische wetgeving wel in die mogelijkheid voorziet), maar zij kan de gedetineerde een financiële compensatie toekennen (daarin voorziet de Belgische wetgeving dan weer niet). De Commissies van Toezicht behandelen jaarlijks meer dan 21 000 formele klachten (met een gedetineerdenpopulatie die kleiner is dan de Belgische). 92 % van die klachten blijkt ongegrond te zijn. Wanneer de klacht gegrond blijkt, is dat vaak omdat de procedure niet werd gevolgd. Het systeem functioneert naar behoren. Het is gemakkelijk toegankelijk voor de gedetineerde, in een nabijheidscontext, met een preventief effect. Het te grote aantal formele klachten blijft de voornaamste bekommernis.

Nikita van der Hoeven stelde voor hoe een Commissie van Toezicht in Nederland te werk gaat bij het behandelen van klachten. De Commissie van Toezicht bestaat uit vrijwilligers en kan rekenen op de ondersteuning van een jurist, die het voorbereidende werk doet en de beslissingen opstelt. Voor het volledige grondgebied zijn er in totaal 47 juristen. Zij treden ook op in het kader van de jeugdbescherming. Naast de ondersteuning van een professional, heeft de Commissie van Toezicht ook toegang tot een kenniscentrum (www.commissievantoezicht.nl) met informatie die toegankelijk is voor het publiek en informatie die enkel toegankelijk is voor de Commissies van Toezicht: thematische informatie, informatie betreffende de regelgeving en rechtspraak. Het kenniscentrum biedt ook een platform voor de uitwisseling van kennis en ervaring tussen de Commissies van Toezicht. De Commissie van Toezicht kan voor al haar opdrachten (haar toezichtsopdracht, haar adviesopdracht en haar justitiële opdracht) rekenen op de administratieve ondersteuning van de secretaris-jurist. De gedetineerde kan zijn klacht indienen zonder verplicht te zijn het daartoe voorziene formulier te gebruiken. De secretaris maakt een eerste selectie: ofwel richt hij zich tot de maandcommisaris voor een bemiddelingspoging, ofwel verklaart hij de klacht onontvankelijk en motiveert hij zijn beslissing, ofwel plaatst hij de klacht op de agenda van een zitting van de Klachtencommissie. De meeste gevallen worden behandeld door de Klachtencommissie. Wanneer de klacht gegrond blijkt, ontvangt de gedetineerde vaak een (kleine) financiële compensatie.

Vincent Eechaudt stelde de Belgische wetgeving inzake het klachtrecht van de gedetineerden voor. In de jaren 1970 zorgde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens voor een ware revolutie voor de positie van gedetineerden. De gedetineerde kan niet langer alleen om gunsten vragen  maar moet beschikken over rechten die hij kan doen gelden. Dat impliceert dat de gedetineerde een effectief rechtsmiddel moet hebben om zijn situatie aan te vechten en zijn rechten te doen gelden. De rechtsmiddelen waarvan een gedetineerde nu voornamelijk gebruik maakt (Raad van State en de procedure in kort geding) zijn evenwel zelden effectief. De basiswet van 12 januari 2005 biedt de gedetineerde de mogelijkheid om tegen elke beslissing (of tegen het gebrek aan een beslissing) van de directeur op eenvoudige wijze een rechtsmiddel in te stellen bij een door de Commissie van toezicht samengestelde Klachtencommissie. Die mogelijkheid moet als een ultimum remedium worden gezien. Het aantal formeel behandelde klachten moet dus zo beperkt mogelijk blijven. De spreker stelde de regels voor het indienen van de klacht bij de Klachtencommissie, het onderzoek van de klacht en de besluitvorming voor.

Sarah Grandfils had het over de bekommernissen van de Commissies van toezicht met betrekking tot de toepassing van de wetgeving inzake het klachtrecht die in werking zal treden op 1 april 2020. De spreekster heeft de indruk dat het parlement en het Grondwettelijk Hof geen rekening hebben gehouden met de bezwaren die een ruime meerderheid van de commissies van toezicht formuleerde. De bepalingen van de wet van 12 januari 2005 lijken praktisch niet uitvoerbaar. Zij zullen er niet voor zorgen dat de gedetineerde over een effectief rechtsmiddel beschikt, overeenkomstig de aanbeveling van de CPT. Eenzelfde orgaan – de Commissie van toezicht – kan niet tegelijkertijd de klachten behandelen en een controle- en bemiddelingsopdracht waarnemen. Dat zal leiden tot belangenconflicten. De klachten kunnen enkel worden behandeld door een onafhankelijk rechtsprekend orgaan. De wet van 12 januari 2005 voorziet in een Klachtencommissie die verschilt van de Commissie van toezicht, maar de vervangingen zullen gebeuren met leden van de Commissie van toezicht. Moet er niet in voorzien worden dat de vervanger uit een andere Commissie van toezicht moet komen? Bovendien zullen de leden gedurende zeven maanden lid van de Commissie van toezicht zijn geweest alvorens zij deel gaan uitmaken van de Klachtencommissie. Een andere belangrijke grief is dat de klachtencommissie zou moeten worden voorgezeten door een magistraat en niet slechts door een jurist. Er zijn nog enorm veel moeilijkheden en onduidelijkheden. De wetgever zou beter moeten luisteren naar de mensen uit het veld.

Bart De Temmerman stelde de praktische aspecten van de invoering van het klachtrecht voor de gedetineerden voor. De spreker meent dat er geen reden is tot klagen, maar dat er wel stof voor discussie is. De Commissies van toezicht hebben zich wel degelijk kunnen laten horen in het parlement, maar het parlement heeft hen niet gevolgd. Het Grondwettelijk Hof heeft de rechtspraakprocedure waarin de wet voorziet niet afgekeurd. De CPT heeft de klachtenbehandeling in Nederland positief beoordeeld en in België zullen de klachten op een soortgelijke wijze worden behandeld. In het kader van de klachtenbehandeling zullen de gedetineerde en de directeur van de gevangenis elkaar op neutraal terrein kunnen ontmoeten. Zij zullen er op voet van gelijkheid staan. De Raad van State zal niet langer bevoegd zijn voor de betwistingen van de beslissingen van de gevangenisdirecteurs, aangezien de Klachtencommissies en de Beroepscommissies daarvoor bevoegd zullen zijn, maar hij zal wel kunnen optreden als vernietigingsorgaan. Op basis van de Nederlandse ervaring wijst de spreker erop dat er in België geen reden is tot klagen, maar dat de praktijk nog moet worden ontwikkeld.